FRIESLAND - De Friese Milieu Federatie (FMF) roept gemeenten, de provincie en ontwikkelaars op om natuurinclusieve maatregelen bij zonneparken veel steviger te borgen. Uit onderzoek van de FMF naar vijf Friese zonneparken blijkt dat de ambitie om natuur te versterken vaak wel aanwezig is, maar dat maatregelen in de praktijk nog te vaak beperkt worden uitgewerkt, niet goed worden uitgevoerd of na aanleg onvoldoende worden beheerd.
Volgens de FMF is de tijd van vrijblijvende intenties voorbij. Er is inmiddels veel kennis beschikbaar over hoe zonneparken kunnen bijdragen aan het versterken van de biodiversiteit en het verrijken van het landschap. Ook zijn er voorbeelden, onderzoeken en handvatten genoeg. De opgave zit nu vooral in het daadwerkelijk toepassen en vastleggen van die kennis: in beleid, vergunningen, landschappelijke inpassingsplannen, uitvoering, beheer en handhaving.
Het onderzoek is uitgevoerd door Joris Kors, destijds stagiair bij de FMF en inmiddels werkzaam bij de organisatie. Hij onderzocht vijf zonneparken verspreid over Fryslân en keek daarbij naar de maatregelen die op papier waren vastgelegd en hoe die in de praktijk uitpakten. In de ontwerpen lag bij meerdere parken de nadruk vooral op het aan het zicht onttrekken van het zonnepark, terwijl maatregelen uit de ontwerpen en plannen die direct bijdragen aan natuur en biodiversiteit beperkt waren uitgewerkt of onvoldoende terugkwamen in de uitvoering.
“Wat mij opviel, is dat er vaak best goede bedoelingen zijn, maar dat die onderweg tussen plan en praktijk niet goed uit de verf komen”, zegt Joris Kors. “Een natuurinclusief zonnepark ontstaat niet vanzelf. Je moet vooraf duidelijk vastleggen welke natuurdoelen je wilt halen, wie verantwoordelijk is voor uitvoering en beheer, en hoe je blijft controleren of de maatregelen ook echt werken.”
De FMF benadrukt dat het onderzoek niet bedoeld is als afrekening met bestaande zonneparken, maar als duidelijke les voor nieuwe projecten. Zeker nu duurzame energieopwek de komende jaren verder groeit en zonneparken vaker dichter bij dorpen en steden komen te liggen, wordt de kwaliteit van de inrichting steeds belangrijker. Natuurinclusieve zonneparken kunnen bijdragen aan biodiversiteit, landschappelijke kwaliteit en draagvlak in de omgeving, mits dit vanaf het begin serieus wordt meegenomen.
“Gemeenten en ûntwikkelers hoege it tsjil net opnij út te finen”, zegt Ronnie Koop, programmamanager Natuurinclusieve Energietransitie bij de FMF. “Wy witte yntusken wat wurket. Dêrom moatte natuermaatregels net langer wat wêze dat ‘moai wêze soe as it slagget’, mar in fêst ûnderdiel fan elk nij projekt. Lis it konkreet fêst, reservearje budzjet foar langduorjend behear en soargje dat der ek nei de oanlis sjoen wurdt oft de natuer echt profitearret.”
De FMF ziet in Fryslân veel bereidheid om duurzame energie en natuurontwikkeling te combineren. Dat bleek onder meer uit de grote belangstelling voor het kwaliteitsbudget voor natuurinclusieve maatregelen bij duurzame opwek. Voor Fryslân was 750.000 euro beschikbaar. De uitvoering en begeleiding van het aanvraagproces lagen bij het Fries Energiehuis. De belangstelling was groot. Dat laat volgens de FMF zien dat er draagvlak en energie is om zonneparken beter in te richten.
Tegelijk waarschuwt de organisatie dat financiële regelingen alleen niet genoeg zijn. Zonder duidelijke afspraken over uitvoering, beheer en controle blijft de impact voor natuur kwetsbaar. De FMF roept Friese overheden en ontwikkelaars daarom op om natuurinclusieve energieopwek structureel onderdeel te maken van nieuw beleid, nieuwe projecten en dan met name beheer en monitoring goed te borgen.
“De enerzjytransysje freget romte, mar dy romte moatte wy tûker en soarchfâldiger brûke”, zegt Koop. “As wy sinneparken oanlizze, litte wy dan soargje dat se net allinne stroom opwekke, mar ek yts weromjouwe oan it lânskip en de natuer yn Fryslân. Dat freget net om nóch mear petear oer kânsen, mar om dwaan, fêstlizze en folhâlde.”

15.7 ℃





































